Motie realisering strandhuisjes

Motie realisering strandhuisjes

  • 28 februari 2014
  • door Westland Verstandig

 Motie

De Raad van de Gemeente Westland in vergadering bijeen op 4 maart 2014;

In overweging nemende:

dat de fractie Westland Verstandig-LEO 2.0 op 6 november 2013 vragen gesteld heeft over de realisering van strandhuisjes op het Westlandse strand;

dat gebleken was dat het College blijkbaar met één initiatiefnemer in gesprek is en andere initiatiefnemers voor de realisering van luxe strandhuisjes afhoudt en aangeeft dat er al een keuze gemaakt zou zijn voor degene die de strandhuisjes gaat realiseren, te weten de initiatiefnemer;

dat uit het antwoord op de artikel 26-vraag ook blijkt dat “in eerste instantie met deze initiatiefnemer gekeken wordt naar de mogelijkheid om strandhuisjes te realiseren”;

dat tijdens de commissievergadering de artikel 26-vraag en beantwoording geagendeerd is geweest en de wethouder aangaf dat vooralsnog geen concurrerende aanbiedingen zullen worden betrokken bij de uitgifte/toestemming voor de realisering van de strandhuisjes en dat vastgehouden wordt aan het antwoord zoals dat door het College gegeven is. Daarbij opgemerkt zij dat de brief niet gedateerd is;

dat ook na doorvragen de wethouder bleef volharden dat weliswaar nog onderzocht zou moeten gaan worden of er sprake is van aanbesteding, maar als dat niet het geval is dat met de initiatiefnemer zoals die tot nog toe bekend is bij het College zal worden doorgegaan;

dat uit in ieder geval één andere aanbieding blijkt dat deze voor de gemeente financieel lucratiever kan zijn;

dat inmiddels de initiatiefnemer contact heeft opgenomen met de indiener danwel één van de indieners van deze motie en zich op het standpunt stelt dat de Raad al kaders gesteld heeft voor de uitgifte/toestaan van de strandhuisjes;

dat echter de Raad geen kaders gesteld heeft behalve dat in het coalitieakkoord en de Nota Toerisme en Recreatie enkel de mogelijkheid is opgenomen om luxe strandhuisjes op het strand te plaatsen, doch daarin zeker geen kaders zijn beschreven;

dat opmerkelijk is dat het memo van de wethouder van 27 februari 2014 pas na het zeer lange telefoongesprek met de initiatiefnemer heeft plaatsgevonden, terwijl in het memo praktisch dezelfde argumenten worden aangevoerd die ook de initiatiefnemer telefonisch kenbaar maakte;

dat dan ook afgevraagd moet worden in hoeverre er nauw contact al is tussen de wethouder en die initiatiefnemer;

dat weliswaar in de beantwoording staat dat het College zich nog zal gaan oriënteren op de te volgen procedure voor het plaatsen van strandhuisjes, doch bij die oriëntatie zal in ieder geval de mogelijkheid moeten bestaan dat ook andere mogelijke realiseerders van de strandhuisjes in aanmerking komen;

dat deze motie bedoeld is om dat in ieder geval zeker te stellen, zeker gezien de weifelende houding van de wethouder ten tijde van de commissievergadering;

dat immers of er nu wel of geen sprake is van aanbesteding, de gemeente uit dit soort transacties het hoogste bedrag en de beste kwaliteit moet zien te bewerkstelligen hetgeen ook de taak en de plicht van het College is om dat te realiseren;

dat deze motie nodig is vanwege het standpunt zoals de wethouder en dus het College ten tijde van de commissievergadering innam;

Met het verzoek:

het College opdracht te geven de realisering van strandhuisjes -als dat door derden zal gaan geschieden- middels een aanbesteding volgens de ten deze geldende regels zoals deze door de Raad zijn aangenomen in de “Nota Welbesteed” te doen plaatsvinden;

  1. uit meerdere aanbieders de beste aanbieding te kiezen en dat in een transparant proces;
  2. als er geen sprake is van een aanbesteding in ieder geval zorg te dragen dat de uitgifte geschiedt na een normale competitie tussen geïnteresseerde gegadigden waarbij selectie zowel op prijs als kwaliteit alswel op eventuele andere door het College in overleg met de Raad te bepalen criteria zal plaatsvinden;
  3. de Raad op de hoogte te houden van de wijze waarop de strandhuisjes “in de markt gezet worden” zowel voordat de procedure wordt ingezet als tijdens die procedure en ook op welke wijze dan vervolgens de keuze gemaakt wordt.

Gaat over tot de orde van de dag.

Namens de fractie van Westland Verstandig-LEO 2.0

P.J.L.J. Duijsens