Toelichting op motie tijdelijke vrijstelling voor het Alpacaterrein in Poeldijk

Toelichting op motie tijdelijke vrijstelling voor het Alpacaterrein in Poeldijk

Het College van B&W en de Raad van Westland hebben in het nabije verleden gezamenlijk ingezet op het zogenaamde TIJDELIJK ANDER GEBRUIK (TAG) van gronden in Westland. De bedoeling was gronden die op dit moment niet gebruikt worden conform de gegeven bestemming tijdelijk een andere bestemming te geven. Inwoners van Westland zijn uitgenodigd om ideeën en initiatieven te doen. Prima. Dit betekent dat voor duurzaam glas bestemde percelen en percelen met een woningbouwbestemming danwel een andere bestemming tijdelijk een ander gebruik wordt toegestaan. Dit alles in afwachting van definitieve realisatie van de voorziene bestemming. Dit betekent in de praktijk dat de artikelen 17 Wet Ruimtelijke Ordening en artikel 19 BRO toegepast moeten worden. Ingevolge artikel 17 WRO kan het College met het oog op een voor een bepaald terrein voorgenomen afwijking van het bestemmingsplan voor die termijn vrijstelling verlenen. Ingevolge artikel 19 BRO wordt vrijstelling slechts verleend indien aannemelijk is dat het gebruik niet langer dan vijf jaar in stand zal blijven, respectievelijk voortduren. Vaste rechtspraak van de Raad van State is het dat een tijdelijk karakter slechts aangenomen wordt indien “daartoe concrete objectieve gegevens voorhanden zijn”. Bij het ontbreken daarvan is toepassing van artikel 17 van de Wet Ruimtelijke Ordening niet mogelijk.

In het geval van de alpacafokkerij betekent het dat nu een artikel 17-vrijstelling gegeven kan worden, dit in afwachting van concrete reconstructie-plannen/schaalvergrotingsplannen in de nabije omgeving. Op dit moment zijn die plannen er absoluut niet op die locatie. Zo nodig zal via een civielrechtelijke overeenkomst een objectief aanknopingspunt moeten worden gevonden om de tijdelijkheid te benadrukken.

Evenals dat het geval zal zijn bij de andere percelen in Westland waarvoor de TAG geldt, zal ook voor de alpacafokkerij een tijdelijke vrijstelling voor een ander dan tuinbouwgebruik kunnen worden verstrekt. Reconstructie komt daarmee niet in gevaar en een en ander kan nog worden geaccentueerd doordat een civielrechtelijke overeenkomst gesloten wordt met de gemeente waarbij de exploitant zich vastlegt om bijvoorbeeld uiterlijk op 1 januari 2019 de gronden te ontruimen. Aan de tijdelijke vrijstelling kunnen ook voorwaarden verbonden worden terzake van het gebruik. Gedacht kan daarbij worden aan een brede bossage tussen het perceel van degene die handhaving gevraagd heeft en de alpacafokkerij, zodat er geen enkel probleem zich meer voordoet. Dat kan een vrij brede bossage zijn en ook die kan tijdelijk zijn en een dergelijke voorwaarde kan aan de vrijstelling verbonden worden. Dit betekent dat het perceel hetwelk het meest dichtbij de buurvrouw gelegen is, niet meer voor grazende alpaca’s gebruikt gaat worden.

Het College heeft steeds aangegeven dat er geen andere mogelijkheid is dan handhaven. Dit is niet juist. Te allen tijde kan via een vrijstelling getracht worden een tijdelijk gebruik toe te staan. Daarnaast zou natuurlijk overwogen kunnen worden het bestemmingsplan definitief te herzien, doch dat zal voor het perceel van de alpacafokkerij lastig worden. Onmogelijk is ook dit laatste zeker niet.

Namens de fractie van Westland Verstandig,
P.J.L.J. Duijsens,
Fractievoorzitter