Vragen aan het College; inzake onjuiste procedure in de markt zetten van 100 strandhuisjes

Het College van Burgemeester en Wethouders
van de Gemeente Westland
Postbus 150
2670 AD  NAALDWIJK

Betreft: schriftelijke vragen aan het College van Burgemeester en Wethouders in het kader van artikel 26 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Gemeenteraad 2006 inzake onjuiste procedure in de markt zetten van 100 strandhuisjes

Vraag 048 2014-2018

Edelachtbaar College,

 

Al geruime tijd heeft uw College het voornemen strandhuisjes te laten bouwen op een strook grond links van de strandopgang Strandweg bij Ter Heijde tot aan de locatie Catamarans en het strand tussen de strandopgang Karel Doormanweg in Ter Heijde en de strandopgang Molenslag te Monster. Daarvoor zal in ieder geval nog een bestemmingsplan moeten worden vastgesteld door de Raad, terwijl er voorts allerlei andere toetsen moeten plaatsvinden onder meer aan de Natuurbeschermingswet. Daarenboven zal ook het parkeren, deugdelijke toegang en het voorkomen van overlast goed beoordeeld moeten worden, terwijl voorts het aantal strandhuisjes natuurlijk nog kritisch bezien moet worden.

Bekend is dat er meerdere bedrijven geïnteresseerd zijn in het verkrijgen van de opdracht om de strandhuisjes te plaatsen.

Eerder heeft uw College in de brief van 28 juli 2014 aangegeven:

“Er zijn echter de laatste jaren relevante ontwikkelingen gaande. Zo is er jurisprudentie op het gebied van het verlenen van zogenaamde schaarse vergunningen bij meerdere (potentiële) gegadigden. Daar kan in deze situatie een parallel mee worden getrokken. Onder meer is daarbij aangegeven dat andere ondernemers in beginsel de mogelijkheid moet worden geboden mee te dingen. Verder is het uitgangspunt steeds meer dat gemeenten bij de selectie van een exploitant de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (m.n. gelijkheidsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel, verbod op willekeur, motiveringsbeginsel en vertrouwensbeginsel) in acht moeten nemen.”

en

“Overigens is bij het toekennen van een exploitatierecht als tegenprestatie wel al snel sprake van een overheidsopdracht (en dus aanbestedingsplicht) en ook bij het in rekening brengen van een te lage (niet marktconforme) huurprijs. Er moet dus uitdrukkelijk geen sprake zijn van het toekennen van een exploitatierecht.”

De brief van 28 juli 2014 voeg ik hierbij.

De accountant Deloitte van de gemeente Westland heeft in een aantal jaarrekeningen in de afgelopen jaren de gemeente Westland erop gewezen dat zij de regelgeving en in ieder geval regels waarbij aan derden opdrachten gegeven zijn en met derden overeenkomsten gesloten zijn, niet correct heeft nageleefd. Het College heeft vervolgens beterschap toegezegd, doch door de 180 graden draai na de brief van 28 juli 2014 in het Collegebesluit van dinsdag 11 november jl. gaat uw College blijkbaar in het geval van de strandhuisjes weer op de oude toer verder. De door het College zelf aangestipte regels in vorenstaande brief worden niet in acht genomen. Dit is niet acceptabel.

In de brief van uw College van 12 november 2014 heeft uw College aangekondigd dat er een Collegebesluit genomen is op dinsdag 11 november 2014 waarbij besloten is locaties “niet in concurrentie in de markt“ te zetten.

Dit leidt in ieder geval tot de navolgende vragen:

  • De wethouder heeft tijdens de commissievergadering aangegeven dat het College het vertrouwensbeginsel richting Westland Strandhuis B.V., de zogenaamde initiatiefnemer, zwaarder heeft doen wegen dan de belangen die de gemeente heeft bij uitvoering van hetgeen in de brief van 28 juli jl. is aangegeven. Welke concrete toezeggingen zijn gedaan aan Westland Strandhuis B.V.? Door wie/wanneer? In het dossier wat door het College is aangeleverd in maart 2014, viel die toezegging niet af te leiden.
  • Wat is de reden waarom uw College op 11 november jl. een geheel ander standpunt is gaan innemen dan in de bijgevoegde brief? Het is bekend dat vanuit één fractie uit de Raad en in ieder geval één Collegelid erg gestuurd wordt richting de initiatiefnemer. Is dat juist en wat is de reden van die sturing? Heeft uw College dat onderzocht?
  • Tijdens de commissievergadering heeft één van de andere gegadigden ingesproken en aangegeven dat een minimale netto-opbrengst voor de gemeente te verwachten is van € 250.000,–. De gemeente begroot de opbrengst op € 100.000,–. Is dit bedrag van € 100.000,– gebaseerd op signalen die van de initiatiefnemer afkomstig zijn? Waarom benadeelt uw College de gemeente?
  • Waarom kiest uw College niet voor een korte procedure waarbij de strandhuisjes worden aanbesteed zodat het voor de gemeente beste plan in financieel opzicht, maar ook zeker in de inpassing van de strandhuisjes wat erg belangrijk is, op de meest gunstige wijze plaatsvindt? Is uw College het met de fractie van Westland Verstandig eens dat een meervoudige aanbieding altijd leidt tot een beter eindresultaat?
  • Alom wordt aangegeven dat de huisjes in Hoek van Holland er niet goed bijstaan. Toch is dat dezelfde initiatiefnemer. Vreest uw College niet dat in Westland op dezelfde wijze gebouwd gaat worden waardoor ook de negatieve geluiden die over Hoek van Holland te horen zijn, voor Westland gaan gelden?
  • De wethouder gaf tijdens de commissievergadering aan dat het bestemmingsplan het sluitstuk is van de ontwikkeling. Eerst moet over de randvoorwaarden onderhandeld worden met de “initiatiefnemer”. Is dit wel de juiste volgorde? Moet niet eerst over het bestemmingsplan worden nagedacht en de regels die daarin worden opgenomen en moet de gemeente niet eerst de randvoorwaarden formuleren voordat zij überhaupt gaat praten? Die randvoorwaarden zijn natuurlijk van cruciaal belang gezien de locatie en de kwetsbaarheid daarvan. Is het College het met de fractie van Westland Verstandig op dat punt eens?
  • Welke randvoorwaarden gaat uw College stellen aan de ontwikkeling? Gaarne een opsomming daarvan.
  • De procedure zoals deze nu door het College gevolgd wordt door het besluit van 11 november jl. is naar uw eigen oordeel in de bijgevoegde brief onrechtmatig. Wat doet uw College als er procedures gaan komen? Is uw College zich ervan bewust dat een besluit hetwelk strijdig is met de bestaande regelgeving tot schadeplicht kan leiden? Welke consequenties verbindt uw College voor zichzelf als blijkt dat de ingezette procedure incorrect is en tot problemen van welke aard dan ook gaat leiden?
  • Als er procedures gaan komen, is het College dan bereid om de contractsonderhandelingen met de initiatiefnemer op te schorten?
  • Uw College zal toch in ieder geval het voorbehoud moeten maken dat het bestemmingsplan door de Raad wordt vastgesteld en andere toestemmingen ook verkregen worden. Zal uw College onder een dergelijk voorbehoud gaan onderhandelen?

bijlage artikel 26-vraag 048 brief College 28-7-14 inz. strandhuisjes

De fractie van Westland Verstandig verzoekt u de vragen binnen de daarvoor gestelde termijn schriftelijk te beantwoorden.

Hoogachtend,
U e.a.,

P.J.L.J. Duijsens
Namens de fractie Westland Verstandig