Vragen aan College inzake niet tijdig beslissen op aanvrage voor verlenging gehandicaptenparkeervergunning en het geven van vreemde adviezen

Het College van Burgemeester en Wethouders
van de Gemeente Westland
Postbus 150
2670 AD  NAALDWIJK

Betreft: schriftelijke vragen aan het College van Burgemeester en Wethouders in het kader van artikel 42 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad 2016 inzake niet tijdig beslissen op aanvrage voor verlenging gehandicaptenparkeervergunning en het geven van vreemde adviezen

Vraag 413 2014-2017

Edelachtbaar College,

Bij onze fractie komt binnen de klacht richting de gemeente die als volgt luidt. Op 1 september 2017 heeft een invalide inwoonster van ’s-Gravenzande verzocht de invalidenparkeerkaart te verlengen die eindigde op 5 november van dit jaar. Nadat de gemeente zelf een afspraak gemaakt heeft bij het ziekenhuis in Delft, is mevrouw onmiddellijk bij het ziekenhuis geweest en het ziekenhuis heeft inmiddels gerapporteerd aan de gemeente. Toch is er niet vóór 5 november 2017 beslist en op een recent telefoontje heeft de afdeling gereageerd met de mededeling: “Stelt u de gemeente maar in gebreke”. Op dit moment kan de betreffende inwoonster haar auto niet op een invalidenparkeerplaats zetten daar ze dan bekeurd wordt omdat ze geen geldige vergunning heeft.

Dit leidt tot de volgende vragen:

  • Is vorenstaande casus bij uw College bekend en waarom wordt gehandeld zoals er gehandeld is?
  • Waarom wordt niet op tijd een besluit genomen, zodat uiterlijk op 5 november 2017 de nieuwe vergunning er is?
  • Waarom wordt bij een kwetsbare groep op de zenuwen gewerkt als dat niet nodig is?
  • Is dit het enige geval of zijn er meerdere aanvragen waarop niet tijdig beslist is kunnen worden? Wat is daarvan de oorzaak?
  • Is het normaal dat vanuit de gemeente het advies gegeven wordt: “Stelt u de gemeente maar in gebreke”? 
  • Wat gebeurt er als mevrouw toch gaat parkeren en zij geen geldige vergunning heeft? Lost uw College dan de boete voor mevrouw op?
  • Kan het College ook een waardeoordeel geven over het vorenstaande en aangeven welke maatregelen getroffen worden om herhaling in soortgelijke gevallen in de toekomst te voorkomen?
  • De belangrijkste vraag is natuurlijk: Kan de vergunning nu per ommegaande verstrekt worden, zodat aan de irritatie en de onduidelijkheid bij de betreffende inwoonster van ’s-Gravenzande een einde komt?

De gegevens van de betreffende inwoonster heb ik in mijn bezit en zo nodig kan ik deze verstrekken. Ik neem echter aan dat het College in staat is om vorenstaand geval op te sporen.

De fractie van Westland Verstandig verzoekt u de vragen binnen de daarvoor gestelde termijn schriftelijk te beantwoorden.

Hoogachtend,
U e.a., 

Namens de fractie Westland Verstandig
P.J.L.J. Duijsens,
Fractievoorzitter